![]()
Inleiding
In de hedendaagse bouw is warmte-isolatie een niet weg te denken onderdeel geworden in het gebouwontwerp. Intelligente oplossingen zijn vereist om enerzijds te voldoen aan de hogere warmte-isolatie eisen en dus een laag energie verbruik en anderzijds om tegemoet te komen aan de economische wensen en zodoende een maximale netto woonruimte te creëren. Isolatiematerialen die weinig ruimte in beslag nemen en een aantal eigenschappen combineren, kennen dan ook steeds meer toepassingsgebieden en —mogelijkheden in de huidige bouwmethodiek.

Vormen van warmteoverdracht
Warmteoverdracht in bouwkundige constructies kent een drietal verschijningsvormen, dat wil zeggen de warmtestroom van ‘warm’ naar ‘koud’ vindt op drie manieren plaats:
• Warmteoverdracht door geleiding
warmtestroom afhankelijk van:
• afstand (d)
• warmtegeleidingscoëfficiënt (λ)
• temperatuurverschil (Δ T)
• Warmteoverdracht door convectie
warmtestroom afhankelijk van:
• gaseigenschappen (r, Cp)
• spouwruimte: afstand (d) en
oppervlakte (A)
• temperatuurverschil (Δ T)
• Warmteoverdracht door straling
warmtestroom afhankelijk van:
• gaseigenschappen
• temperatuurverschil (Δ T)
• temperatuur (T
)
• emissiecoëfficiënten (e)
• oppervlakte (A)
Feitelijk is er nog een vierde vorm van warmteoverdracht mogelijk namelijk ‘energie verplaatsing’ door condensatie en/of verdamping. De bijdrage van deze vorm van overdracht is bij gebouwen echter te verwaarlozen.



